Rasbeschrijving van de Witte van Hotot

(Bron: Het boek der pelsdieren)

 

De Witte van Hotot is een ras, dat zo langzamerhand opgang begint te maken. Het behoort tot de tekeningrassen, die in de Standaard bij de groepsindeling 2 zijn geplaatst. De bakermat van de Witte van Hotot ligt in Frankrijk. Mevr. Eugénie Bernard woonde in de Franse stad Hotot (Normandië).

Zij kruiste verscheidene zwakgetekende bonte (gevlekte) konijnen en zwak getekende Hollanders met elkaar en onder elkaar. Zonder twijfel is dit een kombinatieras. Het is een produkt van systematisch fokken geweest.

De tekeningen van de gevlekte en Hollander konijnen werden daarbij zo ver teruggedrongen (verdringingskruising), dat slechts rond de ogen een geheel smalle streep van een zwarte kleur overbleef. Het lichaam is geheel wit. De Hotot is zodoende dus geen albino met alleen op de kop nog een teruggedrongen tekening. De oogkleur is bruin.

In 1912 werd het als een middenras in Frankrijk tentoongesteld. De oorspronkelijke dieren waren bij lange na nog niet zo getekend als de huidige. Door onvermoeid fokkerswerk werden de tegenwoordige standaardeisen bereikt.

De Zwitsers hebben hier een groot aandeel in gehad. Door een verstandige fokkerskeus werd er naast een goede oogtekening ook een gelijkmatige grootte en betere vorm met goede pels bereikt.

In Duitsland is het de bekende fokker en keurmeester Friedrich Joppich geweest, die het ras van uit Zwitserland heeft geïmporteerd en in zijn land op een hoger peil heeft gebracht. Het ras werd in Duitsland in 1961 erkend. In Nederland is het de bekende fokker en keurmeester Hamaker geweest, die het ras heeft verbeterd. Hamaker gebruikte ook zwakgetekende dieren, Chaplins en zwakgetekende Hollanders. Tegelijkertijd probeerde Ziemer in Arnstadt een wit konijn te fokken met een andere oogkleur dan rood. Er ontstond door verdringingsfok een Hotot met blauwe ogen. Hij noemde dit ras Husumer Blauwoog, naar zijn vroegere woonplaats Husum.

Na de eerste wereldoorlog verdween dit ras weer. De Witte van Hotot is in ons land erkend in mei 1940.

De kring van fokkers is helaas klein eigenlijk te klein en voor het ras zou het nuttig zijn als meerdere fokkers zich met dit ras gingen bemoeien. Import vanuit Duitsland en Zwitserland zou het ras hier op een hoger peil kunnen brengen. In deze landen komt de van Hotot meer voor en is van een betere kwaliteit dan hier. De Witte van Hotot vererft niet intermediair. In een nest komen zowel goed getekende dieren voor als ook gevlekte met een tekening, die lijkt op een zeer slechte Hollander en éénkleurige witte dieren. Deze witte dieren zijn minder levensvatbaar door de lethaalfactor. Vele van deze witte dieren zullen dan ook sterven, voordat ze volwassen zijn. Waarschijnlijk door deze moeilijkheidsfactor en de eis van en smalle gelijkmatige zwarte omzoming rond de ogen, zijn er weinig fokkers van dit ras.

De fokkers van dit ras zullen elkaar moeten helpen, door uitwisseling van fokmateriaal en dan is het mogelijk om dit ras weer in grotere getale op onze tentoonstellingen aan te treffen.

Onze Nederlandse Standaard verlangt een zwarte oogomzoming van 4-7 mm, die overal even breed dient te zijn, zonder onderbreking en vrij van uitlopers. De intensiviteit van deze zwarte rand dient zo diep mogelijk te zijn, waarbij de kleur van de oogleden deze moet ondersteunen. De kleur van de pels is helder wit met fraaie glans zonder aanslag of anders gekleurde haren en vlekken. De pels moet veel onderwol bevatten en van goede structuur zijn. De oogkleur is zuiver donkerbruin. De nagelkleur is kleurloos.

De bouw van de Witte van Hotot is iets gestrekt, breed in de schouders alsmede in het kruis. Het heeft meer het walsvormig type. De kop is goed ontwikkeld en vooral de rammen moeten goed ontwikkelde kaken hebben.

De oren zijn vlezig en moeten stevig rechtop worden gedragen. De hals is kort en goed gevuld. De voorbenen zijn recht en stevig met gesloten voeten. In de standaard zijn voor type en bouw ook 20 punten uitgetrokken, idem voor de pels.

In streken waar zomers veel muggen voorkomen moeten de fokkers van Witte van Hototkonijnen veel aandacht aan de woonruimte van hun dieren besteden.

Deze muggen nl. zijn verzot op het bloed van konijnen en zoeken bij hun slachtoffers de lichaamsplekken op die het dunst behaard zijn. De wondjes die ze maken om, als ongenode gasten bij hun gastheer of gastvrouw bloed te zuigen worden meestal aangebracht op de neus of op de oorranden. Op deze dunbehaarde plaatsen komen dan later zwarte in plaats van witte haren terug. Bijna elke beschadiging van de pels levert nadien een anders gekleurd vlekje op bij tekeningdieren. Het spreekt bijna vanzelf, dat de keurmeester bij ontdekking hiervan de strafmaat soepel moet hanteren, vooral als anderen hun best doen een ras weer tot oude glorie te brengen.

Voor lichte en zware fouten kan men de Standaard raadplegen.

 

(Foto's zijn afkomstig van Raimond Kamps, Cees van der Wel en Comb. Kluin)

 

Brochure Witte van Hotot 

 

Terug