PUNTENKEURING  BIJ  KONIJNEN  WEER  ACTUEEL

 

Overgenomen uit Nieuwsbrief Hollanderclub nr. 28, mei 2004.

 

Nu de puntenkeuring als gevolg van de helaas niet doorgegane Europashow 2003 weer actueel is geworden en in het keurmeesterskorps indringend wordt besproken is het mijns inziens noodzakelijk goed na te denken hoe we één en ander aanpakken.

Bij het rundvee (Holsteins) is nagenoeg wereldwijd dezelfde keurschaal in gebruik. Wanneer we dit in Europa voor de konijnen ook willen, dient er mijns inziens een indringende discussie plaats te vinden, hoe dit aan te pakken! Klakkeloos het Duitse systeem overnemen gaat mij te ver! Het systeem dat nu voorligt heeft veel te weinig spreidingsmogelijkheden. De puntenschaal die nu gehanteerd wordt heeft slechts 15 punten, bij het rundvee 40. In het N.K.B. bestuur dient hierover eerst een principiële discussie plaats te vinden alvorens het wordt ingevoerd en op welke wijze.

Een artikel hierover dat ik in 1984 schreef, nota bene twintig jaar geleden, gaat hierbij.

Jan Zijlstra.

 

Puntenkeuring bij konijnen
Vergelijking tussen het keuren van rundvee en konijnen

 

In het kader van de nog steeds niet geluwde discussie over de puntenkeuring bij konijnen ontvingen we over dat onderwerp een interessante reactie van Ir. J. Zijlstra uit Alkmaar. De heer Zijlstra, die Rijksrundveeconsulent is voor Noord-Holland, vergelijkt in dit artikel de keuring op punten zoals die bij de rundveestamboeken in ons land gebruikelijk is met die voor konijnen. Daarin zitten opmerkelijk overeenkomsten. Voor konijnenfokkers is het daarom interessant om van zijn visie kennis te nemen.

Bij rundvee wordende dieren op punten gekeurd. Het totale beeld van een dier wordt samengevat in één aantal punten, het algemeen voorkomen genoemd. Men geeft bij deze waardering een letter en een cijfer, bijv. ab 85 punten. Het algemeen voorkomen is het resultaat van het gehele keuringsrapport, dat in onderdelen is gesplitst. Het keuringsrapport bestaat uit een hoofdbalk waar de hoofdonderdelen in zijn aangegeven. Daarnaast is er een onderbalk waarin gedetailleerd op de onderdelen wordt in gegaan.

Willen wij bij de konijnen iets analoogs doen als bij de koeien, dan is de hoofdbalk te vergelijken met onze 7 posities (type, bouw….. conditie). Ook bij het rundvee geeft men per onderdeel in de hoofdbalk een aantal punten. Uit deze hoofdbalk-onderdelen wordt de eindscore, het algemeen voorkomen, gedestilleerd. Elk onderdeel weegt nl. niet even zwaar. De puntenschaal voor de onderdelen is gelijk aan die van het algemeen voorkomen. Bij deze laatste voegt men nog een letterschaal toe.

 

Puntenschaal rundvee

a       90 t/m 100

ab     85 t/m 89

b+     80 t/m 84

b       75 t/m 79

b-      70 t/m 74

bc     60 t/m 69

c       < 60

Wij zouden bij de konijnen precies dezelfde schaal kunnen gebruiken. De schaal die wij nu hanteren heeft m.i. een veel te kleine spreiding: 85 punten is nl. reeds matig. Bij een zo kleine spreiding (15 pnt.) is de beoordelingskaart nauwelijks te “keuren”.

De puntenschaal voor de konijnen kan er dan als volgt uitzien:

 

U      > 90

F       85 – 89

ZG    80 – 84

G      75 – 79

V      70 – 74

M      60 -69

O      < 60

 

Bij de onderdelen (onze 7 posities) hebben we al een weging aangebracht, het ene onderdeel wordt nl. met 20 punten maximaal gewaardeerd en conditie bijv. slechts met 5. Om het evenwicht in het beoordelen te bewaren dienen m.i. ook de onderdelen-punten te worden gemarkeerd en dient aangegeven te worden waar de grens van voldoende ligt en wat bijv. zeer goed is. Eén en ander zou kunnen en m.i. ook moeten gebeuren als in tabel 1. is weergegeven.

 

TABEL 1.

 

 

 

 

 

 

 

Posities

I

II

III

IV

V

VI

VII

Klasse

20

10

20

15

15

15

5

U

20

10

20

15

15

15

5

F

18-19

9

18-19

13.5-14-14.5

13.5-14-14.5

13.5-14-14.5

4.5

ZG

16-17

8

16-17

12-12.5-13

12-12.5-13

12-12.5-13

4.0

G

14-15

7

14-15

10.5-11-11.5

10.5-11-11.5

10.5-11-11.5

3.5

V

12-13

6

12-13

9-9.5-10

9-9.5-10

9-9.5-10

3.0

 

Er dient bij een dergelijk systeem wel afgesproken te worden, dat wanneer op een bepaald onderdeel een “O” wordt gegeven als gevolg van een uitsluitingsfout het dier voor zijn totaal een “O” krijgt. Een dergelijke uitspraak is ook gemaakt bij het rundvee, ook al zijn de andere onderdelen uitstekend.

Een voorbeeld-keuringskaart zou er kunnen uitzien (v.w.b.Hollander) als weergegeven in Tabel II.

 

Tabel II. Voorbeeld keuringskaart van een Hollander.

Onderdeel

Omschrijving

Punten

Type en bouw

Prima type, zeer goed gebouwd

18

F

Gewicht

 

9

F

Pels

 

19

F

Koptekening

Zeer goed gesloten nek, fraaie bles, rechter kopplaat in snorharen, links fraai

0

O

Lichaamstekening

 

14

F

Kleur

 

14

F

Conditie

 

4.5

F

 

Totaal

 

O

 

Nog enkele voorbeelden. Een dier dat voor alle onderdelen voldoende krijgt, bijv. 12, 6 , 13, 9, 9, 3, behaalt een eindscore van 61 punten hetgeen een predikaat matig oplevert. Een dier met allemaal lage G’s per onderdeel, krijgt als eindscore 70 punten, hetgeen voldoende betekent. Een lage ZG per onderdeel betekent 16, 8, 16, 12, 12, 12, 4, is totaal 80 punten, eindscore ZG. Een dier dat op alle onderdelen F scoort, lage F’s, krijgt 90 punten hetgeen U betekent. Mogelijk is de grens van 90 punten voor U wat laag, doch bij het rundvee voldoet het goed. Het aantal dieren dat a krijgt is zeer beperkt.

Voor alle onderdelen F scoren valt niet mee. Elk dier laat wel ergens een steekje vallen, zodat de U niet gemakkelijk bereikbaar zal zijn. Doch onbereikbaar zoals nu bijna het geval is, hoeft ook bepaald niet. Wanneer een bepaalde schaal is vastgesteld dient die ook volledig benut te worden.

Tot slot, het opstellen van een goed keuringsrapport is nog geen waarborg, dat er goed gekeurd gaat worden. Het is wel een basis voor een goed begin. Bij het rundvee hebben we zeer veel moeite gehad om een en ander zo uniform mogelijk te laten verlopen. De problemen waren als volgt:

a.       niet geheel eenduidigheid voor wat betreft het fokdoel;

b.      de spreiding en het niveau die de ene inspecteur of keurmeester hanteert zijn niet gelijk aan die van de andere;

c.       men moet constant zijn in de beoordeling gedurende een keurdag.

Deze problemen zijn niet alleen beperkt tot rundvee, doch zijn bij onze konijnen in dezelfde mate aanwezig. Het fokdoel wordt nauwkeurig in de standaard omschreven, de interpretatie door de keurmeesters kan verschillend zijn. Door gezamenlijke training van de keurmeesters en gezamenlijke keurdagen te houden, kan de uniformiteit in keuren aanzienlijk vergroot worden en het niveau op elkaar worden afgestemd.Deze werkwijze heeft in de loop van de laatste jaren bij het rundvee goede vruchten afgeworpen.

Het menselijke facet in keuren blijft echter ondanks alles bestaan, want keuren is nu eenmaal niet iets dat met de meetlat of weegschaal bepaald wordt, doch wordt subjectief met de ogen vastgesteld en daarna in een puntenschaal vastgesteld. Door veel met elkaar te overleggen en open voor elkaar te staan, is er zeer veel e bereiken.

Het keuren volgens het puntensysteem geeft volgens mij nog betere voorlichting aan de fokkers dan thans het geval is. Daarom is het zeer de moeite waard het in te voeren.

 

J. Zijlstra.

 

Naschrift van de heer C. Gelein

Het schrijven van ir. Zijlstra bevat een uitmuntende basis om verder mee te werken. Bovendien schuilt er een schat aan ervaring in. We zien weer eens dat één O op een bepaald onderdeel als eindpredikaat een O veroorzaakt. De beoordeling van de Hollander met een te grote kopplaat geeft dit duidelijk aan.

Het aantal van 90 punten voor predikaat Uitmuntend is m.i. niet te laag.

De problemen om tot een uniforme keuring te komen zijn hier duidelijk gesteld. Kortom een interessante bijdrage, goed doordacht met als basis veel ervaring. Als nog meer mensen meedenken en hun mening op papier zetten, kan de puntenkeuring een waardevolle aanvulling worden op onze huidige geschreven beoordeling. Ook blijkt duidelijk hoe goed het is om de puntenschaal voor de predikaten te wijzigen.

 

Terug