PUNTENKEURING BIJ
KONIJNEN WEER ACTUEEL
Overgenomen uit Nieuwsbrief
Nu de puntenkeuring als gevolg van de helaas
niet doorgegane Europashow 2003 weer actueel is geworden en in het
keurmeesterskorps indringend wordt besproken is het mijns inziens noodzakelijk goed
na te denken hoe we één en ander aanpakken.
Bij het rundvee (Holsteins) is nagenoeg
wereldwijd dezelfde keurschaal in gebruik. Wanneer we dit in Europa voor de
konijnen ook willen, dient er mijns inziens een indringende discussie plaats te
vinden, hoe dit aan te pakken! Klakkeloos het Duitse systeem overnemen gaat mij
te ver! Het systeem dat nu voorligt heeft veel te weinig
spreidingsmogelijkheden. De puntenschaal die nu gehanteerd wordt heeft slechts
15 punten, bij het rundvee 40. In het N.K.B. bestuur dient hierover eerst een
principiële discussie plaats te vinden alvorens het wordt ingevoerd en op welke
wijze.
Een artikel hierover dat ik in 1984 schreef,
nota bene twintig jaar geleden, gaat hierbij.
Jan Zijlstra.
Puntenkeuring
bij konijnen
Vergelijking tussen het keuren van rundvee en konijnen
In het kader van de nog steeds
niet geluwde discussie over de puntenkeuring bij konijnen ontvingen we over dat
onderwerp een interessante reactie van Ir. J. Zijlstra uit Alkmaar. De heer
Zijlstra, die Rijksrundveeconsulent is voor Noord-Holland, vergelijkt in dit
artikel de keuring op punten zoals die bij de rundveestamboeken in ons land
gebruikelijk is met die voor konijnen. Daarin zitten opmerkelijk
overeenkomsten. Voor konijnenfokkers is het daarom interessant om van zijn
visie kennis te nemen.
Bij rundvee wordende dieren op punten gekeurd. Het totale beeld van een dier wordt samengevat in één aantal punten, het algemeen voorkomen genoemd. Men geeft bij deze waardering een letter en een cijfer, bijv. ab 85 punten. Het algemeen voorkomen is het resultaat van het gehele keuringsrapport, dat in onderdelen is gesplitst. Het keuringsrapport bestaat uit een hoofdbalk waar de hoofdonderdelen in zijn aangegeven. Daarnaast is er een onderbalk waarin gedetailleerd op de onderdelen wordt in gegaan.
Willen wij bij de konijnen iets analoogs doen als bij de koeien, dan is de hoofdbalk te vergelijken met onze 7 posities (type, bouw….. conditie). Ook bij het rundvee geeft men per onderdeel in de hoofdbalk een aantal punten. Uit deze hoofdbalk-onderdelen wordt de eindscore, het algemeen voorkomen, gedestilleerd. Elk onderdeel weegt nl. niet even zwaar. De puntenschaal voor de onderdelen is gelijk aan die van het algemeen voorkomen. Bij deze laatste voegt men nog een letterschaal toe.
Puntenschaal rundvee
a 90 t/m 100
ab 85 t/m 89
b+ 80 t/m 84
b 75 t/m 79
b- 70 t/m 74
bc 60 t/m 69
c < 60
Wij zouden bij de konijnen precies dezelfde schaal kunnen gebruiken. De schaal die wij nu hanteren heeft m.i. een veel te kleine spreiding: 85 punten is nl. reeds matig. Bij een zo kleine spreiding (15 pnt.) is de beoordelingskaart nauwelijks te “keuren”.
De puntenschaal voor de konijnen kan er dan als volgt uitzien:
U > 90
F 85 – 89
ZG 80 – 84
G 75 – 79
V 70 – 74
M 60 -69
O < 60
Bij de onderdelen (onze 7 posities) hebben we al een weging aangebracht, het ene onderdeel wordt nl. met 20 punten maximaal gewaardeerd en conditie bijv. slechts met 5. Om het evenwicht in het beoordelen te bewaren dienen m.i. ook de onderdelen-punten te worden gemarkeerd en dient aangegeven te worden waar de grens van voldoende ligt en wat bijv. zeer goed is. Eén en ander zou kunnen en m.i. ook moeten gebeuren als in tabel 1. is weergegeven.
|
TABEL 1. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Posities |
I |
II |
III |
IV |
V |
VI |
VII |
|
Klasse |
20 |
10 |
20 |
15 |
15 |
15 |
5 |
|
U |
20 |
10 |
20 |
15 |
15 |
15 |
5 |
|
F |
18-19 |
9 |
18-19 |
13.5-14-14.5 |
13.5-14-14.5 |
13.5-14-14.5 |
4.5 |
|
ZG |
16-17 |
8 |
16-17 |
12-12.5-13 |
12-12.5-13 |
12-12.5-13 |
4.0 |
|
G |
14-15 |
7 |
14-15 |
10.5-11-11.5 |
10.5-11-11.5 |
10.5-11-11.5 |
3.5 |
|
V |
12-13 |
6 |
12-13 |
9-9.5-10 |
9-9.5-10 |
9-9.5-10 |
3.0 |
Er dient bij een dergelijk systeem wel afgesproken te worden, dat wanneer op een bepaald onderdeel een “O” wordt gegeven als gevolg van een uitsluitingsfout het dier voor zijn totaal een “O” krijgt. Een dergelijke uitspraak is ook gemaakt bij het rundvee, ook al zijn de andere onderdelen uitstekend.
Een voorbeeld-keuringskaart zou er kunnen uitzien (v.w.b.
Tabel II. Voorbeeld keuringskaart van een
|
Onderdeel |
Omschrijving |
Punten |
|
|
Type en bouw |
Prima type, zeer goed gebouwd |
18 |
F |
|
Gewicht |
|
9 |
F |
|
Pels |
|
19 |
F |
|
Koptekening |
Zeer goed gesloten nek, fraaie bles, rechter kopplaat in snorharen, links fraai |
0 |
O |
|
Lichaamstekening |
|
14 |
F |
|
Kleur |
|
14 |
F |
|
Conditie |
|
4.5 |
F |
|
|
Totaal |
|
O |
Nog enkele voorbeelden. Een dier dat voor alle onderdelen voldoende krijgt, bijv. 12, 6 , 13, 9, 9, 3, behaalt een eindscore van 61 punten hetgeen een predikaat matig oplevert. Een dier met allemaal lage G’s per onderdeel, krijgt als eindscore 70 punten, hetgeen voldoende betekent. Een lage ZG per onderdeel betekent 16, 8, 16, 12, 12, 12, 4, is totaal 80 punten, eindscore ZG. Een dier dat op alle onderdelen F scoort, lage F’s, krijgt 90 punten hetgeen U betekent. Mogelijk is de grens van 90 punten voor U wat laag, doch bij het rundvee voldoet het goed. Het aantal dieren dat a krijgt is zeer beperkt.
Voor alle onderdelen F scoren valt niet mee. Elk dier laat wel ergens een steekje vallen, zodat de U niet gemakkelijk bereikbaar zal zijn. Doch onbereikbaar zoals nu bijna het geval is, hoeft ook bepaald niet. Wanneer een bepaalde schaal is vastgesteld dient die ook volledig benut te worden.
Tot slot, het opstellen van een goed keuringsrapport is nog geen waarborg, dat er goed gekeurd gaat worden. Het is wel een basis voor een goed begin. Bij het rundvee hebben we zeer veel moeite gehad om een en ander zo uniform mogelijk te laten verlopen. De problemen waren als volgt:
a. niet geheel eenduidigheid voor wat betreft het fokdoel;
b. de spreiding en het niveau die de ene inspecteur of keurmeester hanteert zijn niet gelijk aan die van de andere;
c. men moet constant zijn in de beoordeling gedurende een keurdag.
Deze problemen zijn niet alleen beperkt tot rundvee, doch zijn bij onze konijnen in dezelfde mate aanwezig. Het fokdoel wordt nauwkeurig in de standaard omschreven, de interpretatie door de keurmeesters kan verschillend zijn. Door gezamenlijke training van de keurmeesters en gezamenlijke keurdagen te houden, kan de uniformiteit in keuren aanzienlijk vergroot worden en het niveau op elkaar worden afgestemd.Deze werkwijze heeft in de loop van de laatste jaren bij het rundvee goede vruchten afgeworpen.
Het menselijke facet in keuren blijft echter ondanks alles bestaan, want keuren is nu eenmaal niet iets dat met de meetlat of weegschaal bepaald wordt, doch wordt subjectief met de ogen vastgesteld en daarna in een puntenschaal vastgesteld. Door veel met elkaar te overleggen en open voor elkaar te staan, is er zeer veel e bereiken.
Het keuren volgens het puntensysteem geeft volgens mij nog betere voorlichting aan de fokkers dan thans het geval is. Daarom is het zeer de moeite waard het in te voeren.
J. Zijlstra.
Naschrift van de heer
C. Gelein
Het schrijven van ir. Zijlstra
bevat een uitmuntende basis om verder mee te werken. Bovendien schuilt er een
schat aan ervaring in. We zien weer eens dat één O op een bepaald onderdeel als
eindpredikaat een O veroorzaakt. De beoordeling van de
Het aantal van 90
punten voor predikaat Uitmuntend is m.i. niet te laag.
De problemen om tot een
uniforme keuring te komen zijn hier duidelijk gesteld. Kortom een interessante
bijdrage, goed doordacht met als basis veel ervaring. Als nog meer mensen
meedenken en hun mening op papier zetten, kan de puntenkeuring een waardevolle
aanvulling worden op onze huidige geschreven beoordeling. Ook blijkt duidelijk
hoe goed het is om de puntenschaal voor de predikaten te wijzigen.